•• Management, advies & coaching ••

Kunstbeleid of loterij?

Kunstbeleid: Procedurele politiek of loterij?

Enkele jaren geleden mocht ik aanwezig zijn bij het jaarlijkse prijzenfestival van de Bankgiroloterij. Miljoenen aan bijdragen werden verdeeld onder culturele instellingen en het leuke was dat na afloop iedereen blij de Nieuwe Kerk verliet. Geen kritisch woord, louter opgetogen gezichten. Burgemeester Eberhard van der Laan vergeleek tijdens die bijeenkomst dit proces met een fictieve verdeling van zoveel miljoenen door een publiek orgaan, bijvoorbeeld de gemeenteraad. Hoe zou zo’n publiek proces van subsidietoedeling verlopen? Waarschijnlijk met ingewikkelde procedures en protesten, verhitte discussies over beleidskaders en -kansen, amendementen en stemmingen en uiteindelijk veel resterende onvrede bij de 'verliezers'. Dan is een loterij toch een prettiger verdeelsysteem.

 

Het verschil zit uiteraard in het verplichtende element dat kenmerkend is voor het betalen van belasting; de financiële grondslag voor overheidssubsidies zijn de fiscale inkomsten. Over ons belastinggeld gaan wij allemaal en dus hebben we een krachtige opinie over politieke besluitvorming. De Bankgiroloterij daarentegen benut middelen die deelnemers vrijwillig hebben afgestaan. Niemand heeft rechten, het gaat slechts over gunsten.

 

Vorige maand verscheen het advies van de Raad voor Cultuur over bekostiging van de culturele basisinfrastructuur. Totaal zo’n 60 miljoen werd verdeeld op basis van aanvragen van instellingen en toetsing van activiteitenplannen door de Raad en zijn commissies. In de 2e Kamer kwamen de gebruikelijke (en begrijpelijke) systeemvragen:

 

*hoe zit het met de verdeling over het land?  *hoe werkt het beleid uit op de inkomens van de kunstenaars?  *hoe zit het met de diversiteit in bekostigde kunstenaars en de beoogde doelgroep? *waarom subsidie geven aan een instelling die als geen ander eigen verdienvermogen heeft? (Rijksmuseum)

 

De minister ging op al deze vragen in, tijdens het overleg met de commissie Cultuur, maar kon volstaan met het citeren van de Raad waar het ging om de gevolgen voor individuele instellingen. Er is immers geen eigen artistieke rol voor bestuur en politiek nu de Raad deze functie heeft. Ook Kamerleden beseffen dat het aandringen op meer geld voor deze of gene instelling nare risico’s kan hebben; er is rechtsgelijkheid en rechtszekerheid en zelfs kan de rechter een inconsequent bestuurder  terugroepen. De politiek concentreert zich dus op haar procedurele rol en waakt voor het uitspreken van een oordeel over het artistiek gebodene per instelling. 'Beleid' van minister en 'politiek' Kamer blijkt vooral een check te zijn op de procedurele gang van zaken rond eerder vastgestelde uitgangspunten. De politiek in de rol van procedurebewaker.

 

Allemaal prachtig; maar hoe komt het dat het beleid voor een instelling als Museum Huis Doorn, waarvan ik de eer heb (interim, 1 dag per week) directeur-bestuurder te zijn, niet overtuigender kan worden geformuleerd? Dit Huis met z’n collectie werd door de Staat zelf toegeëigend van de erven-Hohenzollern, maar vervolgens werd en wordt een zwalkend beleid gevoerd met betrekking tot de bekostiging van de museale functie van deze rijkscollectie.

 

De verschillende gedaanten van de Staat (OCW, Erfgoedinspectie, Rijksvastgoedbedrijf) lijken hierbij niet coherent. Zo legt de Erfgoedinspectie (begrijpelijkerwijs) kostenverhogende eisen op aan het depot voor de niet-geëxposeerde collectie-onderdelen, maar de minister heeft voor de extra kosten daarvan niets over en dit kan dus niet worden betaald. Ook interessant zijn de prijzenswaardige en majeure investeringen van het RVB in het omliggende parkbos en de gebouwen, maar diekunnen waardeloos blijken als het Museum door gebrek aan middelen niet open kan blijven…….

 

Als dit het effect is van modern, procedureel kunstbeleid….geef mij dan maar een loterij met een eerlijke kans.

 

Naar het overzicht